50 jaar geleden overleed politiecommissaris Eugeen Van Calster

Wie al een zekere leeftijd heeft en in het Turnhoutse woont / woonde, kent nog ongetwijfeld politiecommissaris Van Calster, al dan niet met een steek als hoofdeksel, een sigaar in de mond en een stokje onder zijn arm. Hij verplaatste zich meestal met een merkwaardige fiets, uitgerust met een cardanas (aandrijfas met aan elk uiteinde een tandwiel) in plaats van een ketting.

 Stadsarchief Turnhout fotocoll. 05336-02.  Onderscheidingen die Van Calster mocht ontvangen zijn onder andere Ridder in de Leopoldsorde cal1(tweemaal) met zwaarden, Ridder in de Kroonorde, Oorlogskruis 1914-18, Burgerlijke medaille 14-18 en 1940-45, Kruis van Politieke Gevangene 1940-45, Medaille Burgerlijk Weerstander 1940-45.

Eugène Corneille François Marie Van Calster werd in Mechelen geboren op 30 juli 1891 als zoon van Jan Frans Van Calster en Maria Pelagia Van Loo.  Na zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege, startte hij rechtenstudies in Leuven, maar moest dit staken door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Op 2 oktober 1914 werd hij bij de verdediging van het fort van Walem (dat deel uitmaakte van de fortengordel rond Antwerpen) gevangengenomen en weggevoerd naar het Duitse kamp Soltau. Daar slaagde hij er in om vooral Mechelse burgers die voor arbeid in een aanpalend kamp werden opgeëist met vervalste papieren terug te doen zenden. Hiervoor ontving hij het Burgerlijk Kruis Eerste Klasse.  In 1918 tot aan de Wapenstilstand verbleef Van Calster aan het Belgisch consulaat in Bern. In 1920 werd hij benoemd tot adjunct-politiecommissaris in Mechelen en verwierf hij er de graad van politiecommissaris-Inspecteur. In april 1925 werd hij overgeplaatst naar Turnhout als commissaris. Intussen huwde hij met Ermelinda Leonia Noteleers (Mechelen 1899- Westmalle 1978).  Dit huwelijk bleef kinderloos.

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog pleegde Van Calster heel wat verzetsdaden. Hij was actief lid van de inlichtingenlijnen Marc en Mercure.  Bovendien bezorgde hij aan meerdere ondergedoken burgers valse eenzelvigheidsbewijzen.  Hij maakte deel uit van de Witte Brigade (gewapende weerstanders), samen met o.a Robert de Chaffoy de Courcelles en Paul de Vicq de Cumptich.

Hij weigerde in te gaan op de vraag van de plaatselijke Ortskommandantur om ’s nachts als gids voor de Feldgendarme te dienen bij het opsporen van werkonwilligen. Hieruit volgde een aanhouding door de Duitse veiligheidsdiensten van december 1942 tot eind februari 1943.  Op het einde van de oorlog, in augustus 1944, dook hij onder na een (mogelijk fataal?) aanhoudingsbevel van de geheime Feldpolizei.  Hij wist te ontsnappen in een priestergewaad en op een meisjesfiets op weg naar het klooster van Wijnegem. Het feit dat hij als een man van deze fiets afsprong, verraadde hem bijna…  Bij de bevrijding keerde hij terug naar Turnhout, waar hij zijn ambt weer opnam.

In Turnhout bewoonden dhr. en mevr. Van Calster meerdere huizen: Renier Sniedersstraat 43 en 29.  Vooral het “smalste huis van Turnhout” aan het Zegeplein 14 herinneren de meesten zich nog wel.  Als weduwe woonde mevr. Van Calster op de Grote Markt 76 aan de zijde van het stadhuis.

Eugeen Corneel Van Calster  was commissaris in Turnhout tot 1961.  Zijn bureel bevond zich op de eerste verdieping van ’t Steentje op de Grote Markt. Bij alle grote manifestaties of gebeurtenissen in de jaren 1940 en 50 in Turnhout stond hij op de eerste rij, bijvoorbeeld bij de ontvangst van veldmaarschalk Montgomery in de Blaironkazerne in maart 1948, het bezoek van de prinses of koning van België, de kardinaal of meerdere ministers. Hij werd opgevolgd door J. Louis Marie Dergent (Turnhout 1912-2007).

Naast zijn professionele loopbaan was dhr. Van Calster ook lid van meerdere socio-culturele verenigingen.  Zo was hij bijvoorbeeld voorzitter van de Nationale Strijdersbond, ondervoorzitter van de Politieke Gevangenen, Schatbewaarder van de Nat. Fed. Van Politieofficieren van de provincie Antwerpen en voorzitter van de Politieverbroedering Turnhout.

50 jaar geleden, op 14 oktober 1964, overleed hij in de Sint-Jozefkliniek in de Mermansstraat. Hij werd met de nodige eer begraven op het oude kerkhof in de Kwakkelstraat (nr. 436), waar hij iets later werd opgegraven om overgebracht te worden naar een begraafplaats in Mechelen ( graf thans onvindbaar).

 Mevr. Van Calster schonk een doos aan het Stadsarchief Turnhout met documenten i.v.m. de jaren 1927-1964; terug te vinden onder het nummer A067/4

Andere bronnen: H. de Kok en S. Van Clemen, Turnhout tijdens de Tweede Wereldoorlog, Turnhout, 2003. En Ch. Stessens, Oorlogsperikelen in Turnhout. Het verhaal van een Kempische stad tijdens de Tweede Wereldoorlog, Taxandria Jaarboek 2000 tot 2002.

Met uitdrukkelijke dank aan dhr. Basil Cavents die ons alle gegevens bezorgde.  Dhr. Cavents was via zijn ouders goed bevriend met Eugeen Van Calster.  Zo was hij vanaf zijn 18 jaar regelmatig chauffeur van de commissaris. Van Calster was ook getuige bij het huwelijk van dhr. Cavents met mevr. Hilda Tuymans.

Bert Hendrickx