Het jaarboek 2007 / LXXVIX

Henri Platelle. Een ter dood veroordeelde moordenaar wordt nadien gek verklaard en vrijgesproken. Zijn mémoires en zijn tekeningen (Geel, België, 1844).

Dr. Henri Platelle is professor aan de Université Catholique van Rijsel. Hij onderzocht vanuit een antropologisch standpunt de tekeningen van Xhenceval in het Taxandriamuseum. In de agitatie tussen liberalen en katholieken vermoordde de geesteszieke Xhenceval in 1844 de burgemeester Charles-Théodore Le Bon. In 1843 werd de katholieke Le Bon tegen de liberale meerderheid in door Leopold I benoemd tot burgemeester van Geel. Tijdens zijn proces maakte de fantasierijke moordenaar een aantal tekeningen waarin hij zichzelf portretteerde maar ook zijn heldhaftige dood op het schavot toonde.
Kristin Huybrechts. Triumphus Iesu oft godliicke lofsangen. Een geestelijk liedboek ontstaan in het klooster van Sion te Lie, uitgegeven te Antwerpen in 1633 bij Geeraerdt van Wolschaten.

In het archief van het stadsarchief van Turnhout bevindt zich de Triumphus Iesu oft Godliicke lofsangen. Het boekje dat door Kristin Huybrechts ontdekt werd, is een uniek exemplaar waarvan voorlopig geen ander exemplaar bekend is. Zij bestudeerde het boekje en vergeleek het met andere liedbundels uit dezelfde tijd. Zij ging tevens op zoek naar de melodieën die achter de liederen schuilgingen. Uiteindelijk trachtte ze, zonder tot een vaste conclusie te kunnen komen, te evalueren voor wie het drukwerk bestemd was.
Anne De Roeck, Devotie aan de grens. Bedevaartplaatsen in de dekenij Hoogstraten in de 17de en de 18de eeuw.

Het artikel is een vervolg op de publicatie begonnen in het vorige jaarboek. Hier komen de bedevaartsplaatsen van Minderhout, Oostmalle, Alphen (Nl), Vlimmeren en Vosselaar aan bod. Tenslotte worden besluiten getrokken  naar de hiërarchie van de onderscheiden bedevaartplaatsen in de dekenij Hoogstraten en wordt een kalender opgemaakt van de bedevaarten voor de plaatselijke bevolking.
Cedric Heerman, Het abdijdomein van de abdij van Tongerlo in de 15de -16de eeuw (met speciale aandacht voor de pachthoeves van de abdij).

Het artikel is een vervolg op de publicatie begonnen in het vorige jaarboek. In deze aflevering komen de tienden als inkomstenbron van de abdij aan bod evenals de inkomsten van leengoederen, erfpachten en molens. Afgeloten wordt met een aantal bijlagen waarin de inkomsten van de verschillende domeinen kunnen worden afgelezen.
Guido Landuyt, Het Klein Seminarie van Hoogstraten in 1872 en de oudste Vlaamse studentenkring.

In 1872 wordt een Vlaamse studentenkring vermeld in Hoogstraten. Dat is twee jaar vóór de studentenkring in Roeselare, door Hugo Verriest omschreven als de ‘Grote storinge’. Guido Landuyt onderzoekt op basis van de bronnen die nog aanwezig zijn in het schoolarchief en op de verschillende gepubliceerde mondelinge overleveringen wie lid kan geweest zijn van deze kring. Gelijktijdig schetst hij een beeld van het internaatsleven in het laatste kwart van de 19de eeuw.
Benedikt Sas, De herkomst van de Kempische familie Sas op basis van archiefgegevens en Y-chromosonaal DNA onderzoek als mogelijke sleutel tot de oorsprong van de Saksen.

Dr. Benedikt Sas vertrekt van bronnenonderzoek om de familie Sas vanaf de 15de eeuw in de Kempen te situeren. Hij wijst erop dat in die tijd de naam  Sas of Zas afgeleid was van de landstreek Zassen of Saksen. Op basis van wetenschappelijk onderzoek plaatst hij de aankomst in de Kempen van de famile Sas ergens in de 12de eeuw. Via het maken van DNA-stambomen  gaat hij verder in de tijd terug en situeert het ontstaan van de familie ca. 40 000 jaar geleden in Iran of Zuid-Centraal Azië.
Harry de Kok, Marcel Gielis, Guido Landuyt, Van dwarsliggers en andere binken. Geboortegebruiken in de Turnhoutse Kempen in de eerste helft van de 20ste eeuw.

Naar aanleiding van de erfgoeddag organiseerden Tram41, het stadsarchief en de erfgoedcel een tentoonstelling in het Turnhoutse erfgoedhuis. Op basis van publicaties maar ook van getuigenissen werd gepeild naar een aantal gebruiken en naar het belang van vroedvrouwen in die periode. Achtereenvolgens komen huwelijk, zwangerschap, geboorte, doopsel en eerste kindsheid aan bod. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de verschillende vroedvrouwen die gedurende die periode actief waren, de moederhuizen en de genootschappen waaraan de kinderen werden opgedragen.