Geschiedenis

De Geschied- en Oudheidkundige Kring Taxandria werd op 23 juni 1903 officieel opgericht door enkele enthousiaste jonge intellectuelen, zoals kanunnik J.E. Jansen (ondervoorzitter), H. Van Genechten, Jules Diercxsens (secretaris) en L. Boone die werden bijgestaan door ervaren specialisten Louis Stroobant (de eerste voorzitter en archeoloog) en Eugène Surinx (conservator en kunstschilder). Vanaf dit eerste moment telde de Kring al meer dan 100 leden, waaronder de aartsbisschop van Mechelen, prins de Merode, gouverneur Cogels, Baron de Broqueville en andere vooraanstaande figuren.

Het doel van deze oudste oudheidkundige vereniging uit de Kempen was:

  1. Alles te doen kennen dat in de Kempen is voorgevallen door een tijdschrift en vergaderingen.
  2. Bijdragen tot opzoekingen en verzorging van de handvesten van de Kempen.
  3. De oude gedenkenissen en kunststukken van de Kempen opsporen en te Turnhout in een museum verzamelen.
  4. De geschied- en oudheidkundige studie bevorderen en daarvoor de bibliotheek van geschiedkundige werken, naast het museum, inrichten.

De eerste officiële vergaderingen werden gehouden op de Botermarkt, het huidige Zegeplein. In 1906 verhuisde men naar de bovenverdieping van het kasteel van de hertogen van Brabant, waar men startte met een Kempisch Museum en een bibliotheek van Kempische geschied- en oudheidkunde.

De plannen om zelf een museum te bouwen lokte meningsverschillen uit binnen het bestuur van Taxandria. Voorzitter L. Stroobant (zie foto) was van oordeel dat de overheid diende te zorgen voor een historisch gebouw. Kanunnik Jansen en andere bestuursleden waren eerder voorstander van een onafhankelijke koers. Dankzij schenkingen in geld en in natura en aanzienlijke leningen door drie leden werden de nodige fondsen gevonden. In 1911 werd bouwgrond aangekocht in de nieuwe verkaveling van de Mermansstraat.

Op 10 augustus van dat jaar kreeg secretaris en grote bezieler J. Diercxsens de toelating van de stad om een museum te laten bouwen.
Op 25 november 1913 werd het museum in de Mermansstraat officieel ingehuldigd. De plannen voor het nieuwe museum in neorenaissancestijl waren van provinciaal architect en bestuurslid Jules Taeymans en architect Dupont.
De Eerste Wereldoorlog met daaraan gekoppeld onvoldoende inkomsten en subsidies brachten de Kring in een benarde financiële situatie. De enige oplossing was het museum te verkopen aan de stad. In december 1919 ging de gemeenteraad akkoord met de aankoop van het museum voor een bedrag van 22.329,50 BEF. De innerlijke onenigheid onder de leden van het bestuur leidde tot een sluimerende werking vanaf 1922.